Column ‘Laat me slapen’

Laat me slapen!
Na een lange wandeling kom ik aan op een groot plein. Het is er druk, maar gezellig. Overal klinkt muziek en de zon schijnt. Dan tikt iemand op mijn schouder. En nog eens. Ja hoor, einde lekkere droom. In de donkere kamer zie ik vaag de contouren van mijn zoon. Ik hoor zijn fluisterende stem. ‘Mama, ik lig echt al úren wakker’. Ik nu ook, flitst er boos door mijn hoofd, maar houd wijs mijn mond. In alle drukte vergeet ik de volgende avond dat ik me heb voorgenomen om op tijd naar bed te gaan. ’s Nachts, stipt om drie uur fluistert er een stem in mijn oor. ‘Mama. Ma-haaaam.’ Zucht. Zo vriendelijk mogelijk vraag ik mijn dochter wat er is op dit tijdstip. ‘Er zitten monsters op mijn kamer.’ Ook dat nog. Ik loop met haar mee, de koude hal over. Ik zie niks. Nergens ook maar één monster te bekennen. Maar dat antwoord is niet afdoende voor haar. Dus ik haal alles uit de kast om de monsters uit haar fantasie te verdringen. Uiteindelijk valt ze in slaap. Ik ben klaarwakker. Vier uur. Twintig over vier. Ik voel me steeds meer ontspannen. Dan hoor iets zoemen. Een mug. Het geluid klink heel dichtbij. Opeens stopt het geluid. Gevaarlijk. Het wezentje is geland en klaar voor de aanval. Gefrustreerd knip ik het licht aan. Het zoemen zwelt aan maar het lukt me niet de mug op te sporen. Tien voor vijf.Ik schrik op van Edwin Evers die veel te hard mijn slaapkamer in galmt en met zijn overenthousiaste sidekicks lachend in discussie is over de nieuwste vriend van Silvie Meis. Laat me alsjeblieft nog even liggen. Heel even tot het nieuws van zeven uur. Ik schrik opnieuw wakker en blijk het journaal gemist te hebben. Ik ben veel te moe om op te staan, maar de wekkerradio geeft aan dat we toch echt aan de slag moeten. Wat een drama, die nachten.Die avond kruip ik er extra vroeg in. Ik slaap net als de telefoon gaat. Zo, die durft. Mijn moeder. ‘Mam, houd het kort want ik lag net een keer op tijd in bed.’ Een half uur later en een stuk levendiger hang ik op. Nog maar even lezen dan, om mijn gedachten te verzetten. Na achttien spannende pagina’s voel ik mijn oogleden zwaar worden. Ik droom over een hondje. Enthousiast blaffend rent het op me af. Maar dan word ik wakker en nog slaapdronken begrijp ik dat het mijn man is, die stevig ligt te hoesten. Na wat geïrriteerd gebrom als antwoord op zijn onbedoelde herrie sukkel ik weer in slaap. Een harde knal. Meteen zit ik rechtop in bed en spits mijn oren. Stilte. Ik zal het wel gedroomd hebben. Ik laat mijn hoofd terugvallen in het zachte kussen en doe verwoede pogingen me te ontspannen. Mijn hart gaat als een razende tekeer. Als het nou een inbreker is? Zachtjes sluip ik uit bed en kijk uit het raam. Niets. Relax Elke, je hebt je slaap nodig en over een paar uur gaat de wekker alweer af.En zo kom ik al een tijdje niet voldoende aan mijn nachtrust toe, terwijl ik toch echt op mijn leukst ben met voldoende slaap. Hoofd- en rugpijn negerend doe ik mijn best niet te gapen en vrolijk te zijn. Vanavond nieuwe ronde, nieuw kansen. Man, wat verlang ik naar mijn bed! 

Geef een reactie